19/09/2009

History of anti-Semitism: Hannah Arendt, ...

Hannah Arendt, Sur l’antisémitisme, Calmann-Lévy, 1973

 

“(...) l’histoire elle-même est détruite, et sa compréhension - fondée sur le fait qu’elle est l’oeuvre des hommes et peut être comprise par eux - est menacée, si les faits ne sont plus regardés comme des composants du monde passé et présent, mais sont utilisés à tort comme modes de preuve de telle ou telle opinion.” (p.36)

 

(p.63) “Diderot, le seul des philosophes français qui ne fut pas hostile aux Juifs (...)”

 

(p.101) Le meilleur terrain d’étude de l’antisémitisme en tant que mouvement politique, au 19e siècle, est la France, où, pendant près de dix ans, il domina la scène politique.”

 

(p.110) “L’antisémitisme français, en outre, est plus ancien que ses homologues européens, de même que l’émancipation des Juifs remonte en France à la fin du 18e siècle.  Les hommes des Lumières qui préparèrent la Révolution française méprisaient tout naturellement les Juifs: ils voyaient en eux les survivants du Moyen Age, les odieux agents financiers de l’aristocratie.”

 

(p.111) “Les cléricaux se trouvant dans le camp antisémite, les socialistes français se déclarèrent finalement contre la propagande antisémite au moment de l’affaire Dreyfus.  Jusque là, les mouvements de gauche français du 19e siècle avaient été ouvertement antisémites.  Ils ne faisaient que suivre en cela la tradition des philosophes du 18e siècle, à l’origine du libéralisme et du radicalisme français, et ils considéraient leur attitude à l’égard des Juifs comme partie intégrante de leur anticléricalisme.”

 

(p.240) L’antisémitisme avait certainement gagné du terrain pendant les trois années qui suivirent l’arrestation de Dreyfus.  “La presse antisémite avait atteint un tirage comparable à celui des grands journaux (...).”

Zola publie alors J’accuse et Clémenceau des articles dans L’Aurore.

Le tribunal de Rennes ouvre la kyrielle de procès en chaîne.

La populace entre alors en action. (p.241) “Le cri de “Mort aux Juifs” se propagea dans le pays tout entier.  A Lyon, à Rennes, à nantes, à Tours, à Bordeaux, à Clermont-Ferrand, à Marseille, partout, en fait, des émeutes antisémites éclatèrent, (...).”

 

(p.243) Max Régis, l’instigateur du pogrome d’Alger, s’était fait acclamer à Paris dans sa jeunesse par la racaille qu’il invitait à “arroser l’arbre de la liberté avec le sang des Juifs”.  Espérant arriver au pouvoir par la voie légale et parlementaire, il se fit élire maire d’Alger et se servit de ce poste pour déclencher les “pogromes au cours desquels plusieurs Juifs furent tués, des femmes attaquées et des magasins juifs pillés.”

 

Marie-Rose Bonte (BXL), Afghanistan / Quand l’histoire se répète, LB 11/06/2001

 

Au 7e siècle, le Calife Omar imposait aux juifs et aux chrétiens le port de ceintures de couleur spécifique.

 

Niewöhner Friedich, Erst kam der Pogrom, dann die Pest, FAZ 05/01/2004

 

Alfred Haverkamp hat die Geschichte der Juden im Mittelalter kartographiert.

„Als Zäsur jedes Artikels kann die Zeit von 1348 bis 1350 angesehen werden, der Judenverfolgung zur Zeit der grossen europäischen Pest. In dieser Zeit sind nach groben Schätzungen etwa zwei Drittel der Juden im Untersuchungsraum durch Pogrome und Pestpandemie umgekommen. Zwischen 1348 und 1350 geschah die grösste Judenverfolgung und Mordaktion gegen die Juden in der Geschichte der Juden vor der Schoa.“

 

 

 

Braet Jan, Kroniek van de eigen ondergang, Knack 17/10/2007, p.124-128

 

(p.125) Saul FRIEDLÄNDER: in een antisemitisch artikel uit 1942 nam de Franstalige Belg en literaire criticus Paul de Man hem op in zijn lijst van grote Europeeërs — uitsluitend niet-Joden, omdat de Joden de cultuur zogenaamd naar de bliksem hadden geholpen. Wist de neef van Hendrik de Man niet dat Kaf­ka Jood was? Noemde hij hem met opzet, als om te zeggen: neemt u mij vooral niet. ernstig? Overigens ontdekte men pas na de dood van Paul de Man dat hij tijdens de oorlog talloze antisemitische artikelen had geschreven, voor Le Soir en voor Vlaamse publicaties.

 

(p.125) FRIEDLÄNDER: De bastaarden van negers en Duitse vrouwen. De negers behoorden tot het Franse Leger dat enkele jaren in het Rijnland verbleef in het kader van het Verdrag van Versailles. Zeshonderd zogenaamde 'Rijnbastaarden' kwamen eruit voort. De Gestapo spoorde ze allemaal op en liet hen steriliseren. Dat was niet zo gemakkelijk, gewone Duitse artsen bedankten voor de eer. SS-artsen werden aangezocht om de sterilisatie uit te voeren. Wat er verder met die mensen gebeurd is, weet ik niet, zeer goed mogelijk dat ze dood waren. Ja, en dat was uiteraard de tijd waarin vooral in het zuiden van de VS nog een vrij sterke segregatie plaatsvond, hoewel allen in théorie dezelfde rechten hadden.

 

Behandelde men de Joden in de VS toen als de negers, of ging het om zuiver anti­semitisme?

FRIEDLÄNDER: Antisemitisme. Dat was sterk in Amerika, maar nooit zo sterk als in Europa, laat staan in Duitsland. Er zaten Joden in het Hooggerechtshof, president Roosevelt had Joodse adviseurs, Henry Morgenthau was minister van Financiën. Maar er was wel degelijk een antisemitische golf. De katholieke invloed...

 

Geloofsredenen?

 

friedlÄnder: Geloofsredenen en so­ciale redenen. Beide.

In de 16e eeuw sprak Luther zich al uit 'tegen de Joden en hun leugens'.

FRIEDLÄNDER: Dat is fundamenteel voor de protestantse Kerk. Maar het christelijke antisémitisme gaat nog dieper terug tot de kerkvaders, Chrisostomos, Augustinus ook. We weten haast allés over het christe­lijke antisémitisme, hoe het door de eeuwen heen telkens aanzwelt en weer afneemt. Aïs tienjarig kind belandde ik in een katholiek internaat, van 1942 tot het einde van de oorlog...

 

»  ... In Frankrijk, waar u vanuit Praag met uw ouders heen gevlucht was?

FRIEDLÄNDER: Precies. En ik herinner me de gebeden op Goede Vrijdag: 'Prions pour les juifs perfides' (Laten wij bidden voor de trouweloze Joden). In mijn kleine internaat heerste een vrij sterk antisémi­tisme, niet alleen in de gebeden maar ook in de gewone gesprekken. Zowat overal in Europa werden tijdens de oorlog de Joden opgespoord, tot in Rome.

FRIEDLÄNDER: Tot onder het eigen venster van de paus.

 

Pius XII bleef hardnekkig zwijgen. Waarom?

FRIEDLÄNDER: Antibolsjewisme, naar mijn mening. Eugenio Pacelli was zijn hele leven een diplomaat. Lange tijd was hij nuntius in Duitsland — eerst in Beieren en dan in Berlijn. En hij wilde geen confrontatie met Hitler. Niet omdat hij het naziregime genegen was, in geen geval. Alleen wou hij verhinderen dat de katholieke Kerk in Duits­land door Hitler helemaal kapotgemaakt werd. Toen de oorlog begon, had hij een politiek wereldbeeld waarin de christelijke staten van het Westen, Engeland — Frank­rijk stond al onder Duitse bezetting — en Amerika vrede sluiten met een niet-nazi-Duitsland. Tegen de Sovjet-Unie en het bolsjewisme. En toen na de slag om Stalingrad het bolsjewisme in zijn ogen almaar gevaarlijker oprukte naar Europa, was hij bang om iets te doen wat Duitsland kon verzwakken.

Als de paus een zuiver politieke figuur zou zijn, zou je kunnen zeggen dat de Joden-vraag voor hem van ondergeschikt belang is. Maar als de paus zichzelf ziet als een spirituele figuur, als de plaatsvervanger van Christus op deze wereld, dan is zijn besluit om te zwijgen in moreel opzicht hoogst problematisch. Men moet voor zichzelf uitmaken hoe men hem bekijkt.

 

De druk binnen de Kerk om hem te doen spreken, ging slechts van individuen uit. Welke internationale organisatie nam het lot van de Joden wel ter harte? Het Rode Kruis?

FRIEDLÄNDER: Het Rode'Kruis is een verschrikkelijk voorbeeld. Hun delegatie kwam pas kijken naar een concentratiekamp (Theresienstadt, door de nazi's als modelkamp gecamoufleerd, nvdr) toen de oorlog bijna afgelopen was, toen de meesten al dood waren, en Duitsland bijna kapot was. Het comité international de la croix rouge in Genève was zelfstandig maar werd gecontroleerd door de Zwitserse regering. Nu grendelden de Zwitsers zelf hun grenzen af om de Duitsers niet te provoceren.

 

Voor de nazi's rond 1942 tot de uitroeiing besloten, hadden ze alles gezet op de emigratie van de Joden. Waarom wilden zo weinig westerse landen hen ontvangen?

FRIEDLÄNDER: De Zwitsers argumenteerden dat ze bang waren voor Uberfremdung (overheersing door vreemde invloed). Zelfs Joden die slechts een paar weken in Zwitserland wilden verblijven om van daar verder te reizen, konden dat niet. Maar de Zwitsers waren niet de enigen. Geen enkel land dat deelnam aan de conferentie van Evian, in 1938 samengeroepen door Roosevelt, wilde Joden aannemen. Kleine groepjes konden naar hier en naar daar, naar Zuid-Amerika bij voorbeeld.

 

Het christelijke antisemitisme gaat terug tot de kerkvaders, tot Chrisostomos en Augustinus.

 

(p.128) FRIEDLÄNDER:

De 15-jarige Moshe Flinker en zijn ouders zijn vermoord – aangegeven door een Joodse verklikker van de Gestapo.

 

Am Rande, in : Geschichte, 1, 2004, S.30-31

 

Eine weitere im gesellschaftlichen Aus stehende Gruppe sind die Juden. Die Mitglieder dieser Religionsgemeinschaft finden sich zwar in allen Gesellschaftsschichten, aber sie spüren im Zweiten Kaiserreich bereits jenen kalten Wind der Ablehnung, der sich dann nach 1933 in einen Sturm des Hasses verwandeln wird.

Einer der wildesten antisemitischen Agitatoren ist ein Vertrauter des jungen Kaisers, dessen Predigten gegen die Juden zu Tausenden in ganz Deutschland verteilt werden : der Hofprediger Adolf Stoecker. Für ihn sind die Juden « ein Volk des Mammons, in die Welt zerstreut, von Gott entfremdet... und zu einem Werkzeug des Welt- u nd Geldverkehrs

entartet ». Nach Stoecker arbeiten sie an der Zerstörung der Kirche, wiegeln die

Arbeitermassen auf und versuchen, die Deutschen zu beherrschen. 1883 schon erklärt der Prediger: « Das aber glaube ich, dass die Existenz von einer halben Million Juden, welche den Kapitalismus in seiner schneidendsten Gestalt auf die Spitze treiben, der ständig kreissende

Mutterschoss ist für die Unzufriedenheit, für die gärenden Mächte, welche aus den unteren Volksklassen zum Licht empordrängen. » (…)

Die tief verwurzelten Feindbilder der wilhelminischen Epoche gegenüber Juden und Sozialisten überlebten den Kollaps des Regimes am Ende des Ersten Weltkriegs. Sie bildeten den unheilvollen Nährboden für politische Wahnvorstellungen wie die " Dolchstoss1egende " oder die "jüdische Weltverschwörung", die den Aufstieg Hitlers begünstigten.

 

20:13 Écrit par justitia & veritas dans Général | Lien permanent | Commentaires (0) |  Facebook |

Les commentaires sont fermés.